Hypnotherapie Simonton therapie Gesprekstherapie




1: Wat is het en hoe werkt het?



Terug
Wat is cholesterol?
 


Cholesterol is een vetachtige substantie die deel uitmaakt van verschillende lichaamsweefsels. Cholesterol en triglyceriden zijn de twee belangrijkste vetten (lipiden) in het bloed. Bij zowel mens als dier komt cholesterol van nature voor in hersenen, zenuwen, lever, gal en bloed.

Cholesterol wordt ten eerste geproduceerd door ons lichaam: de lever maakt per dag ongeveer 1 gram cholesterol aan. Daarnaast krijgen we cholesterol binnen via dierlijke producten in onze voeding (vlees, vis, zuivelprodukten en eieren). De meeste mensen krijgen circa 300 mg. binnen via hun voeding. Planten kennen wel vetten, maar niet van het cholesterol-type, en dus krijgen vegetariërs die ook geen zuivel-produkten eten (veganisten), geen cholesterol via de voeding binnen. (Maar let op: in veel koek, snoep en gebak zijn dierlijke vetten en/of zuivelprodukten verwerkt!)

De cholesterol die we door deze twee manieren binnen krijgen is precies dezelfde stof. Als we meer voedingsmiddelen met cholesterol eten, maakt het lichaam zelf minder aan en omgekeerd. Cholesterol is in principe een neutrale voedingsstof, d.w.z. niet goed en niet slecht. Maar met de leef- en eet-patronen die veel mensen er op na houden is het cholesterol gehalte vaak te hoog, hetgeen op de lange duur tot ernstige problemen kan leiden.

 

Wat zijn de functies van cholesterol?


Cholesterol vervult heel veel verschillende functies in het lichaam. Het is onder meer nodig voor:

  1. onderhoud en reparatie van de celmembranen waarvan het deel uitmaakt;
  2. de vervaardiging van steroïd-hormonen (bijnierschors- en geslachtshormonen);
  3. de vervaardiging van galzouten;
  4. de aanmaak van vitamine D;
  5. de werking van bepaalde stoffen (neurotransmitters) in zenuwen en hersenen.

 

De rol van de lever


In de lever vindt niet alleen de stofwisseling van koolhydraten en eiwitten maar ook die van vetten plaats. Van de vetten die in de lever arriveren worden verschillende stoffen gemaakt, waaronder cholesterol. Via de bloedbaan gaat de cholesterol naar de cellen van de verschillende lichaamsweefsels. De cellen nemen de hoeveelheid cholesterol op die ze nodig hebben. Wat te veel is, blijft in het bloed zweven en hoort weer terug vervoerd te worden naar de lever. De lever voert ook een bepaalde hoeveelheid cholesterol af naar de gal. Na de maaltijd wordt er een hoeveelheid gal in de dunne darm gestort (nodig voor de vetvertering) en via de darmwand komt die cholesterol dan via de lymfevaten en de bloedbaan weer in de lever terug. Een deel van de cholesterol hecht zich in de darmen aan bepaalde voedingsvezels en wordt vervolgens via de ontlasting uitgescheiden.

Het grootste deel van de cholesterol wordt in de lever aangemaakt. Daarnaast wordt ook in de darmen een kleine hoeveelheid aangemaakt. En tenslotte hebben mensen met veel lichaamsvet in dat vet een extra producent.

Als de lever op basis van het bloed (dat de lever passeert) concludeert dat de voeding veel cholesterol bevat, stopt de lever zelf met een deel van de produktie.

 

Grondstoffen


Het spreekt voor zich dat de lever bepaalde grondstoffen nodig heeft om zijn werk te kunnen doen. Voor de aanmaak van cholesterol zijn dat onder meer: de benodigde vetten, vitamine C, vitamine E, het mineraal chroom en de aminozuren taurine en glycine.

 

Transportmiddelen


Cholesterol is een vet en kan daarom niet zonder meer door de bloedstroom (grotendeels water) worden meegenomen. Het heeft vervoer nodig, een soort taxi's, die lipoproteïnen worden genoemd. Deze taxi's bestaan aan de binnenkant uit vet (lipo) en aan de buitenkant uit eiwit (proteïne). De binnenkant biedt ruimte aan passagiers, d.w.z. aan andere vetdeeltjes. Er zijn verschillende soorten taxi's, afhankelijk van het materiaal waaruit ze zijn vervaardigd en het werk dat ze doen. De belangrijkste soorten zijn:

LDL-taxi
De meest voorkomende taxi heet LDL (low-density lipoproteins). Het is een soort taxibusje, zwaar beladen met cholesterol. Het brengt de cholesterol van de lever naar de verschillende weefsels toe en dumpt daar zijn lading. De cellen nemen de hoeveelheid cholesterol op die ze nodig hebben. Wat te veel is, komt in de bloedstroom terecht.
* Het eten van veel verzadigd vet stimuleert de aanmaak van LDL-taxibusjes.

HDL-taxi
Een tweede taxi heet HDL (high-density lipoproteins). De veel ruimere HDL-taxi's pikken het overtollige cholesterol uit de cellen en het bloed weer op en brengen het terug naar de lever, waar het gerecycled kan worden of via de gal afgevoerd kan worden. Er zijn minder HDL- dan LDL-taxi's (dat hoort ook) en per taxi bevatten ze minder cholesterol. Hoe meer HDL-taxi's er zijn, hoe beter. Alle overtollige cholesterol moet immers kunnen worden afgevoerd.
* Onverzadigde vetzuren (uit vette vis bijv.) zijn een goed materiaal voor HDL-taxi's, maar ze moeten wel een "anti-roest-behandeling" hebben (zie volgende hoofdstuk); de vitamines C en E en andere stoffen zorgen daarvoor.

VLDL-taxi
Dan is er ook nog de VLDL-taxibus (very low-density lipoproteins), die heel erg "roest-gevoelig" is (zie volgende hoofdstuk). Deze is zelfs vaak al opgebouwd met behulp van geoxideerde onderdelen. Het vetdeel van de taxibus bestaat uit triglyceriden. Zij vervoeren niet de cholesterol, maar het vet uit de vetreserves van het lichaam en brengen dat naar de spieren voor verbranding. Het spreekt voor zich dat deze roestgevoelige VDLD-taxibussen als eerste aan de kant zullen staan. Als ze terugkeren in de lever (en niet onderweg gestrand zijn), wordt een deel van het materiaal hergebruikt en het resterende deel wordt afgevoerd via de gal.
* Het eten van transvetten uit koekjes, snacks en gebak leidt tot de aanmaak van VLDL-taxibussen. (N.B. Transvetten ontstaan doordat onverzadigde vetten, zoals zonnebloemolie, verhit worden.)

 

Het volgende hoofdstuk gaat over de problemen die kunnen ontstaan als dit taxi systeem uit balans raakt. Er is ook een Quiz om te testen wat je tot nu toe geleerd hebt, en een pagina met praktische adviezen om het cholesterolgehalte op peil te houden.