| 4. Hoe bereid je je voor op zelfhypnose? | ||||||
|
a. Het in kaart brengen van je klacht Om je vijand aan te kunnen vallen, dien je hem eerst te kennen. Zo is het ook met je klacht. Ga voor jezelf na wat je allemaal weet van je klacht: wanneer die begonnen is, of er een bepaalde oorzaak voor was, wanneer je veel last hebt en wanneer minder, enz. Vraag je vervolgens ook af hoe jij op je klacht reageert. Wat denk je als je je klacht ervaart? Hoe voel je je dan? Hoe merk je aan je lichaam dat je je zo voelt? Hoe gedraag je je als je last hebt van je klacht? Praat je er met anderen over? Het is ook belangrijk om je te realiseren hoe de reacties van je omgeving zijn. Merken de mensen om je heen dat je last hebt? Hoe reageren ze (je partner, je vrienden, je kinderen, je ouders, je buren)? Hoe ervaar je die reactie? b. Het duidelijk maken van je doel Het is belangrijk om te weten wat je niet meer wilt (geen pijn, geen hyperventilatie-aanvallen, geen examenangst, enz.), maar het is nog belangrijker om te weten wat je wel wilt. Waar wil je naar toe? Wat wil je bereiken? Streef naar reële en concrete doelen die binnen jouw bereik liggen. Maak je ook voorstellingen van hoe het zal zijn als je je doel bereikt hebt. Als je doel ver weg ligt, maak dan een stappenplan. Het doel dat je wilt bereiken dient:
Als je niet voor jezelf duidelijk maakt wat je wilt bereiken, weet het onbewuste niet wat het met je suggesties aan moet en zul je waarschijnlijk ook niets bereiken. c. Het zoeken van je hulpbronnen Wanneer je weet wat je wil bereiken, kun je je afvragen hoe de weg zal zijn die je moet gaan om bij je doel uit te komen. Wat heb je nodig onderweg? En over welke hulpbronnen beschik je al? Je kunt onderscheid maken tussen externe en interne hulpbronnen. Bij externe hulpbronnen kun je bijvoorbeeld denken aan kleding waarin je je happy voelt en een bezoek aan de kapper (als je je op een bepaalde dag zelfverzekerd wilt voelen), een reisgenoot tijdens de vakantie (als je je altijd zo alleen voelt in vreemde landen), een puzzelboekje voor in de trein, enz. Dit zijn zaken die je kunt organiseren en die de weg naar het doel soms wat gemakkelijker of aangenamer kunnen maken (en waarom zou je er niet een aangename bezigheid van maken?). Bij interne hulpbronnen ga je in je eigen levenservaring op zoek naar vaardigheden, ervaringen, gevoelens, gedragspatronen, eigenschappen of inzichten die je al beschikbaar hebt (zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, kracht, ervaringen in het omgaan met lastige mensen, weten hoe je snel iets voor elkaar moet krijgen e.d.). Als je de juiste hulpbronnen in de juiste situatie kunt gebruiken, kun je bereiken wat je wil bereiken. Om optimaal gebruik te kunnen maken van je eigen innerlijke hulpbronnen moet je eerst weten welke je nodig hebt om je doel te bereiken. Als je bijvoorbeeld zelfvertrouwen nodig hebt om te durven solliciteren naar een baan die je graag wilt hebben, ga dan in je herinnering een ervaring opzoeken waarin je deze hulpbron bezat. Maak de herinnering levend (gebruik daarbij al je zintuigen) en als je je volledig hebt ingeleefd, leg deze ervaring dan vast via een symbool. Dat kan een beeld zijn, een melodie, een kleur, een naam, een lichamelijk anker (je duim tegen je wijsvinger) o.i.d. Stel je dan een situatie voor in de nabije toekomst (op weg naar je doel), waarin je kunt beschikken over die bepaalde hulpbron door het symbool op te roepen. Probeer uit of je inderdaad door het gebruik maken van het symbool die bepaalde ervaring weer kunt oproepen. Als je meerdere hulpbronnen nodig hebt, stel dan vast welke dat zijn. Zoek per hulpbron een ervaring waarin je die specifieke hulpbron tot je beschikking had en zoek er een symbool voor. Maak gebruik van deze symbolen bij het bedenken van suggesties. d. Het bedenken van passende suggesties Bedenk suggesties die jou persoonlijk aanspreken. Je kunt hiervoor gebruik maken van beelden en symbolen uit vroegere ervaringen, uit je werk, je spel, je dromen en herinneringen. Gebruik je fantasie en je voorstellingsvermogen om je suggesties werkelijk te zien, te horen, te voelen, enz. Je kunt iedere suggestie verpakken in een mooi beeld of een pakkende metafoor die je aanspreekt. Door niet alleen met woorden te werken maar ook met beelden stimuleer je de activiteit van de rechterhersenhelft en daarmee ook de impulsen vanuit je onbewuste. Formuleer de suggesties in je eigen woorden. Beelden die vroeger bij jou een bepaald gevoel hebben opgewekt, kunnen dat nu opnieuw doen. Je kunt van allerlei voorwerpen, woorden, gebaren e.d. een symbool maken. Er is volop materiaal. Kies wat jou aanspreekt. Het is niet zo dat je beelden alleen kunt gebruiken om klachten te bestrijden. Je kunt ook heel goed beelden en metaforen gebruiken om jezelf te ontspannen of in een diepe trance te brengen je ademhaling vergelijken met de golfslag van de oceaan die in een eeuwigdurend ritme doorgaat, enz. Suggesties werken het beste als je ze zo specifiek mogelijk maakt. Hoe nauwkeuriger je de klacht kunt omschrijven, hoe beter je de suggestie kunt afstemmen op die klacht. Als je je beter wilt leren concentreren op wat je leest tijdens je studie, zou je jezelf de algemene suggestie kunnen geven: Wanneer je eerst nagaat, waardoor je altijd zo gemakkelijk wordt afgeleid (bijv. muziek bij de buren), zul je je suggestie nauwkeuriger kunnen formuleren: Sommige mensen geven er de voorkeur aan de bedachte suggesties voor zichzelf uit te schrijven of in te spreken op een bandje, zodat ze als ze in trance zijn, niet meer hoeven na te denken over de juiste formulering. Je moet voor jezelf uitmaken of je dat wilt doen of niet. e. Het bedenken van posthypnotische signalen Als je in trance bent, kun je jezelf ook suggesties geven met als doel een bepaalde reactie op te roepen op een moment dat je niet in trance bent. We spreken dan van posthypnotische suggesties. Je maakt daarbij meestal gebruik van een bepaald 'signaal'. Een voorbeeld: Je kunt van tevoren bedenken welke posthypnotische signalen je wilt gebruiken. Je kunt het ook gedeeltelijk open laten en gebruik maken van beelden uit je trance-ervaring. Stel dat je in je trance een wandeling maakt en je ziet een roodborstje. Dan zou je dat vogeltje als signaal kunnen nemen in je posthypnotische suggestie. In het dagelijks leven maken we veel gebruik van symbolen. Sommige zijn algemeen gangbaar: een duif symboliseert vrede, een ring eeuwige trouw, enz.; andere zijn persoonlijk bepaald: zo kan je huissleutel bijvoorbeeld veiligheid symboliseren. Het vinden van je eigen persoonlijke symbolen kost over het algemeen weinig moeite. Het is prettig en het werkt tijdbesparend om jezelf een posthypnotische suggestie te geven waardoor je de volgende keer heel gemakkelijk in trance gaat. Voor sommige werkt een bepaald muziekje trance-inducerend. Gebruik dat muziekje dan ook uitsluitend voor als je in trance gaat (en zet het niet aan als je autorijdt!). Vaak is een lichamelijk anker samen met het uitspreken van een woord een goede introductie voor een nieuwe trance-ervaring (bijv. je duim tegen je middelvinger leggen en het woord "ontspan" uitspreken). |
||||||
|
|
||||||
|
Over deze website | Over de therapeute | Een afspraak maken... |
||||||
![]() |
||||||